Interview Skillsprogramma RoboHouse

Hoe kom je als fieldlab tot een succesvol skills-programma? Jaimy Siebel, managing director bij fieldlab RoboHouse, werd hier door het landelijke Smart Industry platform over geïnterviewd. Lees hier over de aanpak van het fieldlab, testfaciliteiten, Discovery tracks, cursussen, het RoboHouse Canvas,  ingenieursprojecten en onderzoekstrajecten.

Wat is de gedachte achter RoboHouse?

“Vanuit de TU Delft en de hele RoboValley zijn we veelvuldig in contact met bedrijven rondom robotica. Daaruit bleek een behoefte aan een operationele testomgeving waar men samen nieuwe robotica applicaties kan ontwikkelen, dat werd RoboHouse. Daarin werken bedrijven, kennisinstellingen en leveranciers van robots en toebehoren samen aan innovatieve projecten. Dat doen we via verschillende programmalijnen, namelijk robotica-applicatie-opdrachten, een cursusprogramma voor robotmakers, een design traject voor “toepassers” van robotica en een gedeelde testfaciliteit voor industriële robotica toepassingen.”

Waarom is het voor een bedrijf interessant om mee te werken aan robotica-applicatie-opdrachten?

“Veel bedrijven zien een toekomst met een ‘meer-geautomatiseerde’ automatisering in hun werkprocessen. Deze bedrijven zijn allemaal bezig met het werven van (robotica-)competenties. Wij ondersteunen hen, door het maken van een ‘proof of principal’. Binnen deze projecten wordt in een multidisciplinair team aan de robottoepassing gewerkt, waarbij alle teamleden leren. Met de studentopdrachten gaat bijvoorbeeld een groep van 4 tot 6 studenten aan de slag met een opdracht uit het bedrijfsleven. Studenten analyseren de vraag en spiegelen deze bij de bedrijven om met elkaar gaandeweg tot de achterliggende vraag te komen. Uiteindelijke realiseert het team een fysieke ‘proof of concept’. Dit laatste is heel belangrijk bij robotica. De theorie is vaak mooier dan de praktijk. Vaak blijkt in de praktijk pas wat wel en niet mogelijk is. We faciliteren deze samenwerking in 3 varianten:

  • Studieopdrachten, met inzet van studenten (voor studiepunten)
  • Ingenieursprojecten, met inzet van een combinatie van experts, zoals: TNO, talenten en/of RoboHouse medewerkers
  • Of een onderzoekstraject (meerjarig TU Delft onderzoek)

Welke activiteiten doen jullie in het leercentrum?

“Hierin geven we een aantal cursussen. Het meest bekend zijn we met onze ROS-cursus. ROS (Robot Operating System) is een generieke robot-besturingstaal (middleware), die goed aansluit op bestaande platforms. In deze cursus leer je de basis van het robotprogrammeren. Dit stelt de deelnemers in staat om (zonder vendor-locking) robot-applicaties te schrijven. Daarnaast hebben we de cursus Robot Operation opgezet. We liepen tegen het feit aan dat er vaak praktische vragen spelen omtrent het implementeren van een robot. In deze cursus robot leer je een robotica applicatie daadwerkelijk gereed te maken voor inzet in productie. Deze cursus gaat in op alle praktische randvoorwaarden. Hoe stel je je robotstation op, hoe integreer je bijvoorbeeld een conveyor belt, en hoe integreer je veiligheid.

We hebben verschillende bedrijven gevraagd welke kennisbehoeften zij hebben, waarna we de cursus Vision Technology hebben opgezet. Deze cursus gaat in op de integratie van vision technology in een robot applicatie: Hoe ga ik om met beeldinformatie en hoe kom ik aan data, en hoe zorg ik ervoor dat ik iets kan met deze data?

Daarnaast bieden we ook partners de ruimte om specifieke cursussen te geven. Dit doen we bijvoorbeeld samen met toeleveranciers die hierbij onze faciliteiten gebruiken. Dit kan product specifiek zijn, of juist thematisch zoals bijvoorbeeld omtrent veiligheid.”

Op welke wijze ondersteunen jullie bijvoorbeeld het management van een bedrijf?

“We krijgen best vaak vragen van bedrijven die wel al een idee hebben van hun problemen. Dit idee komt dan voort uit actuele situaties, bijvoorbeeld een tekort aan personeel. Het is heel begrijpelijk dat hierbij gedacht wordt aan de inzet van een robots als oplossing voor het probleem. Echter het inzetten van geavanceerde automatisering vraagt om een strategische en structurele benadering. Hiervoor hebben we de zogenoemde Discovery Track ontwikkeld. Deze track hebben we o.a. via de Rabobank Robo Challenge uitgewerkt tot een gestructureerde methode waarbij het management inzicht krijgt in mogelijkheden én onmogelijkheden van robotica. We kijken dan eerst naar alle repeterende processen in het bedrijf en stemmen af, welke processen geprioriteerd moeten worden. Dit levert de input om bepaalde processen in meer detail te bespreken op het RoboHouse Canvas. Hiermee kunnen bedrijven heel snel en to the point, in overleg met een expert, inzicht krijgen of en hoe een proces geautomatiseerd kan worden. Een bedrijf heeft hiermee in één middag inzicht in de technische haalbaarheid van hun vraagstuk.”

En leidt dit dan weer tot nieuwe projecten?

“De uitkomsten van een discovery workshop verwijzen we zoveel mogelijk door naar bestaande marktpartijen. Als een nieuwe functionaliteit vereist is, kunnen we het oppakken als innovatietraject. We kunnen dit afhankelijk van de behoefte oppakken als een robotica applicatie opdracht in ons testcentrum.”

Update onderzoeksproject Get Smart: leren innoveren ligt bij de leiding van het bedrijf

Hogeschool Rotterdam startte een aantal jaar terug het onderzoeksproject Get Smart. Hierin onderzoeken ondernemers uit de industrie samen met onderzoekers, docenten en studenten hoe zij hun innovatievermogen kunnen verbeteren en ideeën beter kunnen ontwikkelen en vermarkten. Een groep vooraanstaande maakbedrijven uit de regio rondde dit twee jaar durende traject in 2018 af. September 2019 is een nieuwe lichting bedrijven gestart met het praktijkonderzoek. In het online Get Smart Magazine is nu een update beschikbaar van de inzichten en ervaringen uit dit project.

Het onderzoeksteam van Get Smart is intussen ruim een jaar bezig met het analyseren van scans, interviews en (stage)rapporten van studenten. Aanvullend heeft het team gedurende het voorjaar van 2019 diepte-interviews afgenomen bij de directies van de deelnemende bedrijven. Dat heeft een schat aan informatie en inzichten opgeleverd die nu geleidelijk aan wordt vertaald naar een aantal publicaties en casestudies die als tastbaar resultaat van het Get Smart project worden opgeleverd. Een voorproefje van twee van de publicaties vind je in het tweede Get Smart Magazine: een artikel over familiebedrijven van de hand van Johan Reijenga en een bijdrage van Björn Rietdijk over de dominante logica van leiders. Daarnaast bevat het Magazine interviews met deelnemende studenten, docenten en bedrijven.

Interview Skillsprogramma Duurzaamheidsfabriek

Hoe krijg ik mijn medewerkers mee in nieuwe ontwikkelingen? Wat is een skillsprogramma? Daniel Wortel, innovatiemanager bij Fieldlab de Duurzaamheidsfabriek, werd door het landelijke Smart Industry platform geïnterviewd over hun skillsprogramma. Lees hier hoe dit fieldlab via innovatieprojecten op een vernieuwende manier invulling geeft aan techniekonderwijs en een leven lang ontwikkelen en bepaal of dit misschien iets voor jouw bedrijf is.

Wat is het doel van De Duurzaamheidsfabriek?

“Wij ondersteunen bedrijven bij het aanpakken van (technische) kennisvraagstukken. Dit doen we door bedrijven te laten samenwerken met elkaar en met studenten en gaandeweg gedurende het project samen te innoveren en te leren.”

Hoe komt zo’n samenwerking tussen bedrijven en onderwijs tot stand?

“We verbinden de innovatievraagstukken van bedrijven aan onderwijs. Daarbij richten we ons met name op de toepassing van nieuwe, maar bewezen technologie, zoals bijvoorbeeld robotisering. Het begint vaak met een technisch-inhoudelijke vraag, maar het eindigt meestal met de vraag: hoe krijg ik mijn medewerkers mee? Ik kom bij veel bedrijven die denken dat de complexiteit van hun omgeving vraagt om hbo of wo-geschoolden. Vaak blijkt dat we in de praktijk de vraagstukken kunnen oplossen door zittende medewerkers en studenten uit het beroepsonderwijs (mbo en hbo) samen te laten werken in projecten.”

Hoe gaat dit in zijn werk?

“Wij zijn complementair aan de innovatievraagstukken van bedrijven. Wij komen niet direct kennis brengen, maar helpen eerst met het formuleren van wat nu eigenlijk de behoefte is. De aanleiding voor een innovatieproject is vaak een concreet probleem in het productieproces. In veel gevallen ligt achter zo’n vraagstuk een diepere vraag. Vervolgens gaan we samen met medewerkers van het bedrijf en onderwijs (docenten en studenten) met een gestructureerde aanpak aan de slag om tot de juiste oplossing te komen. Hierbij kijken we niet alleen naar de werkprocessen, maar proberen we ook verbindingen te leggen met de organisatiecultuur en andere vernieuwingen binnen het bedrijf.
Bij de verbinding tussen het bedrijf en het onderwijs, is het vraagstuk van het bedrijf altijd het vertrekpunt. Vervolgens zijn er drie ‘paden’ te onderscheiden in de aanpak: leren, werken en innoveren. Zo moeten de studenten natuurlijk worden opgeleid in de betreffende techniek. Dat gebeurt in het initiële beroepsonderwijs. Daarnaast moet de concrete innovatie worden ingebed in de nieuwe organisatie. Daarbij worden ook de medewerkers meegenomen in de vernieuwing én worden studenten en docenten betrokken zodat de innovatie ook op een organische manier landt in het onderwijs. Het derde pad betreft het ‘samen leren’, omdat tijdens een innovatie altijd nieuwe vraagstukken opduiken én ook nieuwe inzichten.”

Wat is het voordeel van de samenwerking tussen studenten en ervaren medewerkers in één project?

“Onze jongeren begrijpen en passen nieuwe technologie heel gemakkelijk toe. Werkende vaklieden zijn goed in hun vak. Daar maken we de match. Wij noemen dit het omgekeerd meester-gezel model: Door medewerkers en studenten in projecten samen te laten werken, vindt een omgekeerde kennisflow plaats. De studenten groeien op met het inzetten van technologie en lopen hierin voor ten opzichte van medewerkers, ze nemen hen in feite op sleeptouw. Tegelijk vult de medewerker de studenten aan, bijvoorbeeld op de specifieke randvoorwaarden van het project. Zo ontstaan er nieuwe rollen, die bestaande structuren doorbreken. Je ziet dat bedrijven bij innovaties behoefte hebben aan mensen die de inhoud van het werk op de werkvloer begrijpen (de beroepspraktijk) én begrijpen wat technologie daaraan kan toevoegen. De mbo’ers van nu kunnen die rol uitstekend pakken en zijn daarmee een soort vanzelfsprekende ‘implementatiespecialist’. Zij zijn heel goed om vanuit elementaire praktische kennis te komen tot integratie.”

Wat betekent dit voor het onderwijs?

“We gaan vaak buiten de comfortzone, door projecten te doen die niet vooraf in een boekje beschreven zijn. In onze visie is een skillsprogramma namelijk niet een vastgelegd programma, maar veel meer een proces van nieuw werken en het implementeren van nieuwe kennis. Zo’n proces kan je volgens vaste lijnen inrichten: opleiden, innoveren, accepteren en reageren. Dit vraagt wel om flexibiliteit van de onderwijsinstellingen.

Hoe organiseer je dit soort processen?

“We werken vooral vanuit de innovatieprojecten. Door goed contact te houden met onze partners en door hen mee te nemen in de achterliggende vraagstukken die spelen in zo’n innovatieproject, werken we samen aan structurele kennisoplossingen voor het bedrijf. Ieder bedrijf heeft een individuele vraag. Wij helpen deze bedrijven vooral met het vinden van hun ‘echte’ of ‘achterliggende’ kennisvraag. Dit is een van de onderdelen waar we als Fieldlab het bedrijf kunnen ondersteunen.”

Wat is de motivatie van bedrijven om mee te doen in jullie aanpak?

“Dat kan verschillen per bedrijf, de één doet mee om zijn netwerk binnen een sector te vergroten, de ander wil productieverbetering realiseren. Ook sociaal maatschappelijke factoren spelen mee. Alle partners vinden de verbinding met het onderwijs cruciaal. Daarnaast, omdat we als Duurzaamheidsfabriek steeds bekender worden en successen boeken, weten bedrijven ons steeds beter zelf te vinden!”

Welke ontwikkelingen zien jullie op je af komen?

“We kijken steeds meer naar de gehele keten in het productieproces, van offerte, tot engineering en realisatie. De volgende innovatieprogramma’s vinden steeds plaats aan de voorkant van deze keten. We kunnen bijvoorbeeld met simulatiesoftware anticiperen op een efficiënter productieproces (digital twinning, red.). Dit koppelen we met onze skillsprogramma’s, maar niet specifiek in de vorm van cursussen, maar als een gezamenlijke aanpak en gedeelde visie. Daarnaast verbreden we ons op de velden van energie en zorg. De demografische ontwikkeling is zodanig, dat bedrijven wel moeten investeren in hun bestaande personeel, want de bron vanuit het regulier onderwijs krimpt. Een leven lang ontwikkelen is dan ook een belangrijk element van elke ontwikkeling bij de Duurzaamheidsfabriek.”