Lancering nationale AI-cursus

FME is een van de partners die vandaag de Nationale AI-cursus voor alle Nederlanders heeft gelanceerd. Met deze gratis online cursus wordt uitgelegd wat artificial intelligence (AI) is, waar het al in gebruikt wordt en wat de verdere mogelijkheden zijn.

“Kunstmatige intelligentie is al lang geen toekomstmuziek meer. Het zit verweven in alle aspecten van het dagelijks leven”, aldus initiatiefnemer Jim Stolze. “Van (bijna) zelfrijdende auto’s tot en met de newsfeed van Facebook. Alles wat we van een stekker hebben voorzien, kan op den duur een zelflerend systeem worden.” FME-voorzitter Ineke Dezentjé: “Door AI te gebruiken kunnen we producten en productieprocessen slimmer en efficiënter maken. Ik raad alle medewerkers in de technologische industrie aan om deze cursus te doen en vervolgens aan de slag te gaan om deze kennis te begrijpen en toe te passen. Dit sluit aan bij de ambitie van UpgradeNL, waarmee we iedereen techwijs willen maken. Zo zorgen we er samen voor dat Nederland de innovatieve koploper wordt.” De initiatiefnemers willen 1% van de Nederlandse bevolking met de online cursus bereiken in 2019.

Volg de cursus

De AI-cursus is te volgen op www.ai-cursus.nl en bestaat uit acht tracks:

  • Een kijkje in de wereld van AI
  • Wat is AI?
  • Is een zoekmachine ook AI?
  • Machine learning
  • Deep learning
  • AI in het dagelijkse leven
  • AI en de regels
  • Het werk van de toekomst

De cursus duurt in totaal vier tot vijf uur. Deelnemers die alle tracks hebben voltooid, ontvangen een certificaat.

Achtergrond

De cursus is geïnspireerd op het Finse ‘Elements of AI’. De Universiteit van Helsinki ontwikkelde een AI-cursus voor alle Finnen. In mei 2018 riep Jim Stolze in het FD op om partijen samen te brengen voor een soortgelijk initiatief in Nederland. “Ik had echt niet verwacht dat die oproep zo veel enthousiasme teweeg zou brengen. Dat er zo veel partijen achter zijn gaan staan, betekent dat we ons doel waarschijnlijk gaan bereiken: iedereen in Nederland bekend maken met het fenomeen dat AI heet. Er wordt zo veel over gepraat, met deze cursus gaan we het gewoon doen”, aldus Jim Stolze.

Topexperts

De cursus is gebaseerd op een vergelijkbaar initiatief in Finland, aangevuld met bijdragen van Nederlandse topexperts: Catholijn Jonker (TU Delft), Cees Snoek (Universiteit van Amsterdam), Evert Haasdijk (Deloitte), Jeroen van den Hoven (TU Delft), Maarten de Rijke (Universiteit van Amsterdam), Marlies van Eck (Universiteit Leiden), Max Welling (Universiteit van Amsterdam), Mireille Hildebrandt (Vrije Universiteit Brussel), Pim Haselager (Donders institutie voor brein cognitie en gedrag), Rianne van den Berg (Universiteit van Amsterdam), Roel Schutgens (Radboud Universiteit Nijmegen), Tom Heskes (Radboud Universiteit Nijmegen) en Valerie Frissen (Universiteit Leiden).

Initiatiefnemers

De Nationale AI Cursus is een initiatief van AI for Good, ICAI en Elephant Road.

Partners

Ahold Delhaize, Deloitte, ELaw Leiden, FME, Pon, Rabobank, Radboud University, TU Delft Design For Values, University of Helsinki, Universiteit van Amsterdam, UpgradeNL en Wolters Kluwer

Mede mogelijk gemaakt door

Brainport Eindhoven, Capgemini, Cor Wit Fonds, Denk Producties, ECP, Intel, Level V, LEWIS, RMMBR, RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid (RADIO) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties, Samsung, Stichting GO Fonds, VNO-NCW, MKB Nederland, Vogin en Zadkine.

The TEC Factory biedt starters kans op Schieoevers

Na alle commotie rondom de herindeling van de Schieoevers is er ook goed nieuws: aan de Schieweg 25 wordt gebouwd aan The TEC Factory, een ‘Dreamhall 2.0’.

Voorbij station Delft Zuid halverwege het industrieterrein aan de Schie verrijst een nieuw onderkomen voor start-ups mét maakfaciliteit. De hal van The TEC Factory, mede geïnitieerd vanuit de TU Delft, moet binnen een half jaar operationeel zijn. Eerdere plannen van de gemeente voor de herontwikkeling van de Schieoevers boden te weinig faciliteiten voor de maakindustrie. ‘Een doodsteek voor de Delftse maakindustrie’, oordeelde het bedrijfsleven.

Dreamhall 2.0

The TEC Factory werkte de afgelopen maanden samen met Kondor Wessels Vastgoed en Amvest aan een plan voor huisvesting in een deel van de Schiehallen. De aanpassingen voor een werkbare omgeving bleken echter te duur. Het nieuwe initiatief op een andere locatie biedt echter wel voldoende perspectief. De ‘Dreamhall 2.0’, zoals Peter de Vreede The TEC Factory gekscherend noemt, moet een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het Delftse bedrijfsleven, door bedrijven bij elkaar te brengen en samen te laten innoveren. Samen met D:Dreamhall manager Frans van der Meijden, is De Vreede nauw betrokken bij ontwikkeling van The TEC Factory, de stichting waarvan hij nu voorzitter is.

Follow-ups van studententeams

Ondanks de benaming wordt de TEC Factory geen tweede Dreamhall, maar een verlengstuk ervan. De bedoeling is dat uiteindelijk 1 of 2 Dreamteams zich in het pand vestigen. “Daarnaast is er ook ruimte voor follow-ups van studententeams”, vult Tomas te Velde aan. Hij is één van de mede-eigenaren van Suit-case, opgericht door 4 TU-alumni, dat organisaties helpt met strategie, conceptontwikkeling en projectmanagement. Zijn bedrijf is sinds dag 1 nauw betrokken bij de realisatie van de hal en de huisvesting van veelbelovende projecten.

Lage kostprijs

Ondanks de geografische afstand (voorbij station Delft-Zuid) is er een nauwe band met de TU. Vanuit het college van bestuur kwam de wens om de doorstroom van afstudeerders te bevorderen en om grotere projecten vanuit de D:Dreamhall elders onder te brengen, legt De Vreede uit. Omdat studententeams en early start-ups over weinig financiële middelen beschikken, is het verdienmodel van de hal lastig. “Daarom richten we het zo in dat de kostprijs laag is. Ook hebben we een deal met de TU. Zij draagt voor een periode van 3 jaar financieel bij aan onze procesontwikkeling.”

De ontwikkeling van de hal is in volle gang. “We creëren tijdelijke plekken met shelters op wieltjes. Zo zijn de ruimtes flexibel tijdens verbouwingen”, legt Te Velde uit. Naast het huisvesten van TU-doorstromers werkt The TEC Factory ook samen met jonge architecten en industrieel ontwerpers.

Bèta City

Voor De Vreede is de hal slechts het begin. Hij heeft zijn zinnen gezet op ‘Bèta City’, een conglomeraat, een dorp met verschillende hallen. “Ons doel is een innovatieve technosfeer te creëren waarvan zowel de stad, de TU, starters én de maatschappij profijt hebben”, besluit hij.

Special in het Financieel Dagblad

De wereldeconomie zit middenin een nieuw industrieel tijdperk en de mondiale strijd om hightech kennis barst steeds heviger los. Ontwikkelingen van technologieën bepalen het verdienvermogen van morgen. De geopolitieke strijd in de wereld intensiveert, waardoor we onze innovatiekracht moeten versterken om onze plek in de nieuwe hightech wereld op te kunnen eisen. De special van het Financieel Dagblad staat vol interessant materiaal om tijdens de kerstdagen te lezen.

De artikelen in de special gaan over veel verschillende onderwerpen. Stuk voor stuk zijn ze informatief en kunnen ze jou wellicht helpen een beter inzicht te krijgen in jouw bedrijf. In dit artikel vind je alvast een voorproefje:

Bedrijven móeten mee in digitalisering, meer software centric denken, om niet achter te blijven. Dat klinkt misschien wat dreigend, maar de kansen die dat oplevert overheersen: in deze special lees je wat versneld verslimmen is en wat je ermee kan.

Er is daarnaast informatie over fieldlabs en SMITZH te lezen. In het artikel vertelt Jaimy Siebel bijvoorbeeld over de voordelen: “veel technologieën, zijn nog niet volwassen en nog niet op de markt beschikbaar. In onze Fieldlabs kunnen we experimenteren en bepalen we waar de kinderziekten zijn, zodat bedrijven weinig tot geen vertraging oplopen. ”

In een artikel over Augmented Reality vertelt Franc Houtackers, Senior Category Manager DSM over kleine storingen en defecten van installaties die sindskort door eigen engineers van DSM verholpen worden en worden opgelost: “Met Augmented Reality krijgt het chemieconcern nu hulp op afstand voor het onderhoud van hun installaties.”

2018-2019 terugblik en vooruitblik

De jaarwisseling komt er aan. Een mooi moment om met elkaar te kijken naar wat er afgelopen jaar bereikt is en wat er voor de deur staat. Vijf vragen voor Anton Duisterwinkel, programmamanager bij SMITZH.

1. Waarom ben je met SMITZH aan de slag gegaan?

Ik vind het leuk om mensen bij elkaar te brengen en hen de kracht van samenwerking te laten ervaren. Landelijk en in onze regio bestaan er veel fieldlabs, als motor voor innovatie. Helaas weten hier maar weinig mensen vanaf. Zonde, want er gebeuren zulke gave dingen. Samen met partners vanuit de provincie, MRDH en TNO hebben we toegezegd fieldlabs te ondersteunen bij het vinden van bedrijven om mee samen te werken. We zijn begonnen met de fieldlabs rondom het thema digitalisering in de maakindustrie. Dit omdat de maakindustrie voor onze regio zo belangrijk is. Dit werd het programma SMITZH. Mijn achtergrond in de hightechindustrie en netwerk in de sector kwamen daarbij mooi van pas.

2. Wat is 2018 voor SMITZH voor jaar geweest?

2018 was het jaar van het opbouwen. Het neerzetten van de infrastructuur van een loket. Het verbinden van de fieldlabs en het bouwen aan relaties. Wat ik mooi vind, is dat je ziet dat de Smart Manufacturing fieldlabs nu naar elkaar doorverwijzen en gezamenlijk skillslabs en demonstraties opbouwen en cursussen aanbieden.

We hebben uitgezocht hoe we bedrijven het beste kunnen bereiken en helpen. Hieruit zijn bijvoorbeeld de vouchers voor haalbaarheidsonderzoeken en kiemprojecten gekomen.

We zijn bij veel bedrijven op bezoek gegaan zowel maakbedrijven als technologische toeleveranciers. De meeste zijn al met inspirerende dingen bezig; maar schromen dit te delen uit angst voor de concurrentie. Met SMITZH laten we zien dat er zoveel bedrijven zijn die niet elkaars concurrent zijn, maar wel zoveel van elkaar kunnen leren of faciliteiten kunnen delen.

Ook hebben we gewerkt aan partnervorming. Waar ik trots op ben, is dat je ziet dat je door de krachtenbundeling van allerlei partijen mensen makkelijker mee krijgt en meer kunt bereiken. Als je focus en massa kunt creëren heeft dat een aanzuigende werking. Dat is precies wat SMITZH probeert te doen.

3. Vind je het nog steeds leuk om aan dit programma te werken?

Ja zeker! Ik zie mensen enthousiast worden en doorpakken op routes die ze daarvoor niet zagen. Smart Manufacturing is voor veel bedrijven een grote stap en ver-van-hun-bed-show. Zodra ze de juiste partners vinden, geloven ze er meer in. Elk bedrijf kent een andere cultuur en wijze van aanpak. Ik vind het leuk om deze op elkaar af te stemmen. Het is best een creatief proces. Het kost tijd om elkaar te begrijpen en goede constructieve oplossingen te vinden, maar samen kun je grote hoogtes bereiken.

4. Wat kunnen we verwachten van komend jaar?

In 2019 willen we vooral meer bedrijven bereiken die hun productieproces efficiënter en effectiever willen maken. We willen naar een groeiend bewustzijn in onze regio om de maakindustrie blijvend aan te passen aan de digitale mogelijkheden die er zijn. We hebben inmiddels een instrumentenpalet met diverse vormen van communicatie om mensen te informeren en inspireren, een fieldlabinfrastructuur en aanbod als workshops en vouchers. De inhoud hiervan zal komende tijd steeds wisselen. Als tussenstap naar volledig automatiseren, zal er vanuit het programma SMITZH-3 meer focus zijn op: veilig data delen binnen en tussen bedrijven; digital twinning simulatiesoftware om productieprocessen te optimaliseren; flexibele manufacturing met zero programming en mensgerichte technologie. Daarnaast sluiten er nieuwe partners aan en zullen partijen als TNO en TU Delft inhoudelijk gaan bijdragen in het doen van projecten. Dat kan gericht nu we geleerd hebben waar bedrijven in onze regio vooral tegenaan lopen.

5. Wat wil jij ons meegeven voor 2019?

Blijf met een frisse blik kijken naar wat er technologisch mogelijk is. Misschien heb je een paar jaar terug naar de toepassing van robotisering gekeken en bleek dat toen voor jou niet rendabel. Technologie verandert zo snel, dat iets wat een half jaar geleden nog niet kon, nu wel kan of stukken goedkoper is.

Kip Caravans ging failliet omdat alles daar handmatig gebeurde. Heerema gaat zijn fabriek in Zwijndrecht sluiten omdat het de minst geautomatiseerde fabriek is. Als bedrijven niet concurrerend zijn en blijven, moeten ze verplaatsen of gaan ze failliet.

Reurings Precisieplaatwerken in Delft doet aan metaalbewerking en heeft zijn productieproces bijna volledig geautomatiseerd. Het bedrijf groeit als kool. Industrieslijperij Van Frankenhuyzen uit Lexmond werkt vrijwel volledig geautomatiseerd. Zij krijgen opdrachten uit de hele wereld omdat zij leider zijn in een niche van professionele boorkopjes. Airbus uit Oegstgeest bouwt en assembleert mee aan de nieuwe Ariane-6 raket van ESA. Het gaat om slechts 24 motoren per jaar, maar Smart Manufacturing wordt volop ingezet.

Als je afwacht totdat de technologie grootschalig geadopteerd is, word je waarschijnlijk uit de markt gewerkt. Je moet de eerste willen zijn die slimme technologie op een bepaalde manier toepast. Smart Manufacturing was voorheen alleen interessant voor grootschalige productie. Maar nu ontstaan er zoveel kansen voor kleinere series en enkelstuks. Wees niet de laatste die dit opmerkt.

Volop kansen Nederlandse toeleveranciers in de hightech industrie

Nederlandse toeleveranciers in de hightech industrie profiteren relatief beperkt van de groei in de sector. Dit blijkt uit een onderzoek van ING. Er liggen veel kansen voor de bedrijven dankzij nieuwe technologieën zoals digitalisering. Daarnaast kunnen toeleveranciers terrein winnen ten opzichte van de buitenlandse concurrentie door meer service te bieden.

De Nederlandse hightech industrie groeide dit jaar bijna twee keer zo snel als de gehele economie. Vanwege die groei zijn eindfabrikanten steeds meer gaan inkopen. Dit hebben ze vooral in het buitenland gedaan, met name in Oost-Europa. De reden hiervoor is dat de loonkosten ten opzichte van Nederland lager zijn.

Kennis is key

Met de inzet van technologie en kennis, kan de Nederlandse toeleverancier het toch weer winnen van de goedkopere landen. Toeleveranciers kunnen hun arbeidsproductiviteit verhogen en meer klant specifiek te werk gaan. Er komt daarnaast steeds meer ruimte vrij voor toeleveranciers om expertise in te brengen.

Vier strategieën

De kansen zijn door ING in kaart gebracht aan de hand van vier strategieën. Vaak worden een of meerdere van deze strategieën al toegepast, maar nog niet optimaal benut. De inzet van een combinatie van strategieën komt veel voor.

  1. Digital First
    Digitalisering staat bij ‘digital first’ centraal. Het plaatsen van orders en de mogelijkheid om dit 24/7 te kunnen doen is hierin de belangrijkste factor. Bij de meeste toeleveranciers gebeuren de bestellingen nog niet digitaal. Er is dus nog veel terrein te winnen op dit vlak. Digitalisering draagt bij aan gemak, kostenefficiëntie en snelheid.
  2. Product Plus
    Bij ‘product plus’ gaat het om de extra mate van dienstverlening. De productie staat centraal. Met de extra activiteiten vullen ze de diensten aan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan nabewerking, lassen of logistieke diensten. De behoefte aan extra dienstverlening is groot. Een direct resultaat van ‘product plus’ is dat een eindfabrikant steeds meer zaken wil doen met minder verschillende leveranciers.
  3. Make & advise
    Deze strategie borduurt voort op ‘product plus’. De extra te bieden service is hier in de vorm van advies. Dit is mogelijk omdat de leverancier beschikt over veel kennis. De toeleverancier kijkt met de klant mee om tot efficiëntere manieren van productie te komen. Dit zorgt voor lagere kosten. 3D-printing maakt hier een belangrijk deel van uit.
  4. Design & service
    Bij ‘design & service’ is de strategie gericht op het zelf ontwerpen van de producten en systemen. De verantwoordelijkheid van ontwerp en prestatie van de module ligt volledig bij de toeleverancier. De toeleverancier wordt in dit geval zelf de eindproducent.

In de praktijk passen fabrikanten van specifieke modules vaak strategie 1 en 2 toe. De ‘system suppliers’, of leveranciers, gebruiken vaker strategie 2 en 3. In enkele gevallen passen ze ook strategie 4 toe.

Het is bij alle strategieën belangrijk dat de communicatie duidelijk en georganiseerd verloopt. Kijk ook goed welk model het beste past bij jouw bedrijf. Controleer als toeleverancier goed of je de diensten kan bieden die de eindfabrikant van je vraagt. Door slechte communicatie creëer je een grotere kans op een slecht product.

Wie kan mij helpen een duidelijk beeld te krijgen voor mijn organisatie?

Om een duidelijker beeld te krijgen van het toepassen van de strategieën binnen jouw bedrijf, kan je contact opnemen met Anton Duisterwinkel.

Gezocht: ontwikkelaars en potentiële gebruikers exoskeletten

SMITZH heeft samen met onder andere Bax Company een eerste fase financieringsaanvraag binnengehaald voor de bouw en toepassing van exoskeletten. De financiering komt beschikbaar via het programma EXSKALLERATE van INTERREG Noordzeeregio.

Een exoskelet is een kunstmatige omhulling van het lichaam die gebruikt wordt voor medische en industriële doeleinden. Exoskeletten kunnen het werk van medewerkers die bijvoorbeeld moeten tillen, versnellen en verlichten. Bouw jij zelf exoskeletten of wil jij komende tijd experimenteren met de toepassing ervan in jouw bedrijf, meld je dan bij SMITZH. Wij zijn op zoek naar jou.

EXSKALLERATE wil een ecosysteem binnen de Noordzeeregio creëren waarin nieuwe (of verbeterde) kennispartnerschappen worden aangegaan en nieuwe producten en diensten voor exoskeletten in industriële- en bouwtoepassingen worden ontwikkeld. Daarnaast hoopt INTERREG met EXSKALLERATE bij te dragen aan de inzet van medewerkers die lijden aan spier- en skeletaandoeningen.

Provincie stelt 5,2 miljoen extra beschikbaar voor SMITZH

De provincie Zuid-Holland maakte vandaag bekend dat zij € 5,2 miljoen beschikbaar stelt voor de doorontwikkeling van SMITZH. Medio 2019 gaat SMITZH een nieuwe fase in. Afgelopen tijd is er vooral gewerkt aan de structuur om maakbedrijven, technologieleveranciers en de 8 Smart Manufacturing fieldlabs aan elkaar te verbinden. In de derde fase ligt de focus op opschalen en is er nog meer aandacht voor de thema’s: technologieontwikkeling, arbeidsmarkt en internationalisering. Ook zullen nieuwe partners instappen. Dit betekent nog meer mogelijkheden voor jou als maakbedrijf om met Smart Manufacturing aan de slag te gaan.

Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra: “In de praktijk blijkt het vrij complex om het productieproces te innoveren. Zomaar een robot aanschaffen is niet direct de oplossing. Met het programma SMITZH helpen we daarbij, bijvoorbeeld in de maritieme- of foodsector. Zo geven we een impuls aan de innovatieve economie en werkgelegenheid van Zuid-Holland.”

De derde fase richt zich vooral op schaalvergroting naar honderden bedrijven en de opschaling van de beweging die in SMITZH-2 op gang is gebracht. In SMITZH-3 stappen ook extra partners in: FME, Holland Instrumentation, Metaalunie, Hogeschool Rotterdam en TU Delft. De ambitie is om met SMITZH-3 Zuid-Holland zichtbaar te maken als internationaal zwaartepunt voor Smart Manufacturing op de gebieden lucht en ruimtevaart, maritiem en offshore, instrumenten en sensoren en agro/food.

SMITZH-3 gaat medio 2019 van start, aansluitend op het huidige SMITZH-2 programma. Eerder is vanuit de MRDH voor SMITZH-2 ook al een bijdrage toegekend van € 750.000. Met een bijdrage van de provincie van € 5,2 miljoen kan een meerjarig programma SMITZH-3 van in totaal circa € 11,5 miljoen euro worden gerealiseerd doordat partijen zoals TNO, TU Delft en andere bedrijven en partners meefinancieren.

Regelmatig zullen er op deze site nieuwe mogelijkheden geboden worden om aan de slag te gaan met Smart Manufacturing. Heb jij plannen, maar kom je er met het huidige aanbod niet uit? Of weet je niet precies bij welk fieldlab jij het beste aan kunt kloppen? Schroom niet om contact op te nemen. Dan kijken we samen hoe we jou het beste verder kunnen helpen.

Nederlands bedrijfsleven wil supply chain digitaliseren

Van de Nederlandse organisaties geeft 54 procent prioriteit aan digitalisering van de toeleveringsketen.

Samen met het Verenigd Koninkrijk en Italië loopt ons land voorop in digitalisatie. Het gemiddelde wereldwijd ligt namelijk op 50 procent, zo blijkt uit onderzoek van het Capgemini Research Institute. De grootste drijfveer voor Nederlandse organisaties om de supply chain te digitaliseren, is kostenbesparing, gevolgd door omzetverhoging en ondersteuning van nieuwe zakelijke formules. Op de website van Tradecloud vind je een infographic over de toeleveringsketen en waar de focus voor bedrijven ligt.

Ben jij een maakbedrijf en zou jij graag willen weten wat de toepassing van een bepaalde Smart Manufacturing technologie betekent voor jouw bedrijf, zonder dat je daar direct vol in moet investeren? Dan is het handig om eerst een haalbaarheidsonderzoek te doen. SMITZH biedt vouchers voor maakbedrijven die de haalbaarheid willen laten onderzoeken van toepassing van bestaande Smart Manufacturing technologie in een nieuw of bestaand discreet productieproces (productie van producten of onderdelen daarvoor). De haalbaarheid kan worden onderzocht met één of meerdere fieldlabs en/of een externe deskundige.

Toekomst regio boeit en bindt Vlaardingse ondernemers

Vorige week werd in de Stadsgehoorzaal Vlaardingen door de Industriële Kring Vlaardingen een seminar georganiseerd over de Roadmap Next Economy, de langetermijnvisie van de regio Zuid-Holland op economie en samenleving. Ruim 160 bezoekers vanuit lokale overheid, het bedrijfsleven en kennisinstellingen kwamen bij elkaar om te anticiperen op de transitie die onze regio ondergaat. Tijdens het seminar werd stil gestaan bij digitale en circulaire ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van energie, samenleving en onderwijs.

Onderdeel van het seminar was een workshop door Lotte de Groen over SMITZH. De digitalisering van de maakindustrie staat hoog op de agenda van de Roadmap Next Economy. Alleen door de connectiviteit en automatisering van de regio te verhogen kunnen we de stap maken naar een digitale economie. De toepassing van meer Smart Manufacturing en het beter afstemmen van vraag en aanbod zal onze regio versterken. Via de site van de IKV zijn foto’s en een videoverslag terug te vinden van dit evenement.

Digital twinning: minder fouten, lagere kosten en sneller productieproces

Digital Twinning is een ontwikkeling die we al veel zien bij grote multinationals in de maakindustrie. Ook kleine bedrijven kunnen hiervan profiteren. Maar wat is het precies? Het is een verzamelnaam voor toepassingen waarin digitale ontwerpen aan fysieke objecten worden gekoppeld. Het zorgt voor minder fouten, lagere kosten en een sneller productieproces volgens een marktrapport van ABN Amro. SMITZH gaat volop inzetten op deze ontwikkeling.

Een digital twin is niets meer dan een digitale tweeling van het fysieke product. Met deze techniek kan er eerst digitaal gekeken worden naar alle aspecten van een ontwerp, voordat het ook echt geproduceerd is. Je kan het zien als een slimme (of smart) fabriek. Door middel van sensoren aan het fysieke product, die alle data verzamelen en versturen naar de digitale tweeling, wordt de techniek bijvoorbeeld ingezet bij de productie van grote machines in de maakindustrie.

Wat zijn de voordelen?

Je kan met digital twinning in een digitale omgeving testen welke onderdelen het beste met elkaar werken. Dit zorgt voor minder fouten tijdens het productieproces. Ook houd je de kosten op deze manier laag. Het productieproces kan sneller met de inzet van een digital twin, omdat er van tevoren al helemaal uitgerekend is, hoe een product in elkaar gezet moet worden. De digital twin kan zelfs voorspellen wanneer er onderhoud of een reparatie nodig is bij de machine. Dit leidt tot minder risico’s op uitval.

Zijn er ook nadelen?

Medewerkers die met deze nieuwe techniek gaan werken, moeten daarvoor eerst opgeleid worden. Dit is natuurlijk geen echt nadeel, omdat men er uiteindelijk profijt van gaat hebben, maar het kost wel tijd. Om die reden richten we ons bij SMITZH op het trainen van personeel.

Less is more

Het is belangrijk dat je digital twinning niet voor alles tegelijk wil gaan inzetten. Kom vooral niet in de verleiding alles groots aan te willen pakken. Vaak is een simpele toepassing ervan veel effectiever.

Wie kan digital twinning efficiënt inzetten?

Voor bedrijven in de maakindustrie is de techniek erg gunstig. Ook in combinatie met andere bedrijven is digital twinning wellicht aantrekkelijk voor jouw bedrijf, omdat de kosten van de nieuwe techniek nog vrij hoog zijn.

Hulpmiddel

Digital twinning vervangt de medewerker niet. Het is een hulpmiddel dat kosten kan besparen door constant te monitoren van machines. Dit geeft de medewerker de mogelijkheid zich bezig te houden met belangrijkere taken.

Waarom zou ik het gebruiken?

Digital twinning kan je een grote voorsprong geven op de concurrentie. Uit het rapport van ABN Amro blijkt dat nog maar 20% van de bedrijven met digital twinning experimenteert of er gebruik van maakt.

Geïnteresseerd?

Wil je meer weten over digital twinning of ben je benieuwd naar de mogelijkheden binnen jouw bedrijf? Neem dan contact op met Anton Duisterwinkel.