Leiden cobots en augmented reality tot meer en beter werk?

Na alle verhalen over het oprukken van robots die steeds meer werknemers zouden verdringen, blijkt steeds vaker dat de inzet van zulke machines juist kansen biedt. Vooral mensen met een fysieke, cognitieve of andere beperking hebben baat bij ondersteuning door mensgerichte technologie. Dat blijkt onder meer uit een praktijkproef met zogeheten inclusieve technologie die TNO hield bij Amfors, het sociaal werkbedrijf in de regio Amersfoort. Dat is goed nieuws voor een programma als SMITZH.

SMITZH zet in op een toename van mensgerichte technologie in onze regio. Er zijn veel vacatures in de maakindustrie en tegelijkertijd staan er mensen zonder werk aan de kant. Inclusieve technologie maakt moeilijke taken makkelijk en kan beide problemen helpen oplossen. Zo kunnen ook lager geschoolde medewerkers eenvoudig vaardigheden leren en optimaal presteren.

TNO doet al jaren onderzoek naar de inzet van inclusieve technologie om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan zinvol werk te helpen en werkenden duurzaam inzetbaar te houden, kortom te includeren in het arbeidsproces. Fysieke of collaboratieve robots (cobots) nemen gedeeltelijk taken over waar mensen met een beperking moeite mee hebben zoals zwaar, gevaarlijk, precies of eentonig werk. Daarnaast maakt augmented reality (AR) het mogelijk instructies op de werkplek te projecteren, waardoor medewerkers zonder voorafgaande training taken kunnen verrichten die ze anders onmogelijk aan zouden kunnen.

In dit achtergrondartikel van TNO lees je meer over de praktijkproef en de mogelijkheden van inclusieve technologie.

 

Succesvolle start RoboHouse

Fieldlab RoboHouse gaf dinsdag 18 september haar partners een exclusief kijkje in de nieuwe faciliteiten in RoboValley. De pre-opening is de start van een beta-periode waarin het fieldlab met haar gloednieuwe faciliteiten samen met de partners volledig geoperationaliseerd wordt.

RoboHouse is een initiatief van Festo, ABB, TU Delft, TNO, Innovation Quarter en RoboValley. Met één druk op de knop werd de bijzondere entree van RoboHouse door Jaimy Siebel, General Manager RoboHouse, geactiveerd. Hiermee werd RoboHouse in ‘beta’ verklaard tot het fieldlab over een aantal maanden volledig operationeel is. De partners kregen een rondleiding door de gloednieuwe faciliteiten van RoboHouse. Iedereen was enthousiast over hoe de voormalige faculteit Biotechnologie is getransformeerd naar een inspirerend centrum voor robotica. De verschillende ruimtes geven een goed inzicht in alle activiteiten die hier samen met de partners ontwikkeld zullen worden.

Bedrijven kunnen bij RoboHouse ontdekken wat slimme robotica toepassingen kunnen betekenen voor hun eigen organisatie. Daarnaast kunnen ideeën en concepten via workshops en cursussen verder worden uitgewerkt en getest. Studenten en jonge ontwikkelaars kunnen bij RoboHouse aan de slag met het ontwikkelen van nieuwe robotica toepassingen.

Wil je zelf ontdekken wat robotica voor jouw organisatie kan betekenen of leren hoe je zelf robotica kunt ontwikkelen? Neem dan contact op met het RoboHouse team of kijk op www.robohouse.nl.

Eerste SMITZH voucher kiemproject toegekend aan Huisman/RAMLAB

Huisman Equipment en fieldlab RAMLAB gaan samen ‘s werelds grootste offshore 3d-geprinte stalen kraanhaak bouwen. SMITZH financiert de helft van de kosten om samen met RAMLAB de technische en financiële haalbaarheid te onderzoeken. We noemen zo’n gezamenlijk onderzoek tussen fieldlab en maakbedrijf naar nieuwe Smart Manufacturing technologie een kiemproject. En het goede nieuws is: er zijn nog meer vouchers voor kiemprojecten beschikbaar.

RAMLAB maakt gebruik van ‘Wire & Arc Additive Manufacturing’ (WAAM) 3d-printtechnologie. Dat is een nieuwe Smart Manufacturing technologie die zij willen toepassen in een bestaand discreet productieproces. De technologie is ook gebruikt voor de realisatie van een schroef voor DAMEN die inmiddels in gebruik is genomen. De haak voor Huisman zal op dezelfde manier worden gemaakt maar brengt een aanvullende uitdaging met zich mee: de haak zal hol worden om gewichtsbesparing te realiseren. Het kiemproject is gestart om te onderzoeken of aan de technische eisen en wensen kan worden voldaan en of het financieel interessant is om op deze nieuwe wijze te produceren.

Binnen SMITZH is ruimte om meer kiemprojecten te financieren. Kiemprojecten zijn bedoeld voor maakbedrijven of hun technologische toeleveranciers (van start-up tot groot bedrijf) en vinden plaats in samenwerking met één van de aangesloten fieldlabs. Neem gerust contact met ons op, als je vragen of interesse hebt. Binnenkort volgt er meer informatie over vouchers en ander aanbod op de SMITZH website.

Flanders Make bezoekt Dutch Optics Centre en Duurzaamheidsfabriek

Om mogelijkheden tot interregionale samenwerking te onderzoeken, bracht een delegatie van het Vlaamse strategische onderzoekscentrum Flanders Make op 4 september een bezoek aan het Dutch Optics Centre en de Duurzaamheidsfabriek. De twee Zuid-Hollandse Smart Manufacturing fieldlabs dienden als inspirerende locaties voor een nadere kennismaking tussen SMITZH en Flanders Make. Alhoewel de twee initiatieven verschillen in organisatieopzet delen beide het doel de regionale maakindustrie een boost te geven en internationaal te versterken.

Over Flanders Make

Flanders Make is het strategisch onderzoekscentrum voor de maakindustrie in Vlaanderen. Het is een initiatief gesteund door de Vlaamse Overheid, het Limburg Fonds en het EFRO. Flanders Make bestaat uit een community van zo’n 300 onderzoekers geassocieerd aan 5 Vlaamse universiteiten en nog eens 100 in dienst van Flanders Make. Samen doen zij hoogkwalitatief onderzoek; stimuleren zij open innovatie en werken zij aan een gemeenschappelijke industriële onderzoeksagenda. Flanders Make richt zich specifiek op producten (voertuigen en machines) en productie (assemblage). Net als SMITZH probeert Flanders Make regionale ondernemingen, onderwijs- en onderzoeksinstellingen samen te brengen om innovatie in de maakindustrie te realiseren.

  • Rondleiding Dutch Optics Centre

  • Introductie SMITZH

  • Rondleiding Dutch Optics Centre

  • Parallelsessies Flanders Make

  • Parallelsessies Flanders Make

  • Rondleiding Dutch Optics Centre

Themasessies

Naast enkele plenaire presentaties en rondleidingen werd de mogelijke samenwerking vooral intensief verkend in parallelle themasessies tussen experts van beiden partijen.  Op het programma stonden de thema’s: composieten/lijmen; robotica; sensoriek; mensgerichte technologie en blockchain. Tijdens iedere themasessie was er ruimte voor het uitwisselen van kennis en ervaring met bepaalde technologieën; faciliteiten; projecten; expertnamen en vraagstukken uit de markt. Diverse malen twinkelden de ogen aan beiden zijden van de tafel bij het vinden van complementair vraag en aanbod in industriële toepassingen. Een voorbeeld is het doorontwikkelen en testen van het gebruik van exoskeletten op de werkvloer. Hoe zorg je ervoor dat zulke ‘robots die je aantrekt’ het werk echt makkelijker maken en dat ze veilig zijn? Dit is typisch belangrijk voor de zware industrie in zowel Vlaanderen als Zuid-Holland.

  • Bezoek Kaiserslautern

  • Bezoek Kaiserslautern

  • Bezoek Kaiserslautern

 

Samenwerken binnen Europa

Het bezoek van Flanders Make is een eerste aanzet tot structurele en strategische Europese samenwerking voor de Zuid-Hollandse maakindustrie. Gelijktijdig aan het bezoek van de Vlamingen vond in het Duitse Kaiserslautern een bezoek plaats van een Nederlandse Smart Industry delegatie aan de Smart Factory daar. Flanders Make en Kaiserslautern werken al samen. Met SMITZH daarbij zou een sterke partnerdriehoek kunnen ontstaan in de regio Noord-West Europa. Voordelen van Europese samenwerking liggen bijvoorbeeld in het gezamenlijk aan kunnen vragen van Europese fondsen. Ook het uitbreiden van het netwerk en vinden van interessante partners, technologieleveranciers en klanten in Europa is een reden voor samenwerking. Het signaleren en verkennen van kansen in Europa zal makkelijker gaan bij een actieve en structurele uitwisseling van kennis en ideeën tussen meerdere regio’s. De komende periode wordt de mogelijke samenwerking tussen beide partijen verder onderzocht. Wil jij ook meedenken over Europese samenwerking of heb je als maakbedrijf een specifieke vraag die over de grenzen heen gaat? Neem dan gerust contact op met Anton Duisterwinkel om hier verder over te praten.

CEAD haalt met unieke 3D-printertechnologie € 1 mln. subsidie binnen

De kans om op het generieke thema “open innovation” een subsidie binnen te halen uit het Horizon 2020 programma van de Europese Commissie is nagenoeg nihil. Toch slaagde 3D-printerbouwer CEAD uit Delft er deze zomer in een bedrag van € 960.000,- binnen te slepen. Wat is er zo vernieuwend en uniek aan deze technologie? Welk proces doorliep CEAD om deze subsidie te verkrijgen? En wat gaat de 3D-printerbouwer hier mee doen?

Continuous Fibre Additive Manufacturing

CEAD, opgericht in 2014, is een ontwikkelaar en producent van 3D-printers uit Delft (voorheen Rotterdam). CEAD ontwikkelde de Continuous Fibre Additive Manufacturing (CFAM) technologie. Met CFAM wordt een zogenaamde continue vezel toegevoegd aan printmateriaal waardoor de materiaalsterkte en -stijfheid aanzienlijk toenemen. Dit is vooral interessant voor groot formaat onderdelen of eindproducten. Deze continue vezel kan worden toegevoegd aan de meeste thermoplasten (kunststoffen die bij verhitting zacht worden). Een ingebouwde temperatuurregeling houdt het printobject gedurende het gehele printproces op temperatuur om het vervolgens gecontroleerd te laten afkoelen. Dat voorkomt materiaalvervorming. Met het octrooi op deze technologie verovert CEAD een unieke positie in de wereld. De printers kunnen gebruikt worden voor industriële toepassingen op groot formaat. Te denken valt dan aan een cabine voor een hijskraan; een dashboard voor een sleepboot of de neus van een trein. In een later stadium zouden dit ook mallen en eindproducten voor de lucht- en ruimtevaart kunnen zijn. CEAD is een mooi voorbeeld van Smart Manufacturing. Maakwerk dat voorheen handmatig gedaan werd, kan nu geautomatiseerd worden.

Onmisbare subsidiehulp

Bijna een jaar geleden startte GetFunded 010, een initiatief van de gemeente Rotterdam om innovators te helpen bij het voorbereiden van subsidieaanvragen bij het programma Horizon2020 van de Europese Commissie. Getfunded 010 is een samenwerking tussen RVO, InnovationQuarter, RotterdamPartners, de gemeente Rotterdam en fondsenspecialist VanPaz. Ondernemers konden middels een video en business plan hun voorstel indienen en na diverse selectierondes werd de hulp van de diverse instanties ingezet om de aanvraag in te dienen. Volgens Giovanni Pazienza van VanPaz is de succesratio om op het thema “open innovation” van verslag tot daadwerkelijke toekenning van een subsidie te komen nog kleiner dan 1%. Maar met de juiste kennis en steun van de organisaties binnen GetFunded 010 lukte het CEAD om na vier aanvragen, een interview en presentatie in Brussel, afgelopen zomer dan eindelijk een mooi bedrag toegekend te krijgen. De ondersteuning van InnovationQuarter, kwam vanuit Anton Duisterwinkel, senior business developer hightech en programmamanager van SMITZH (Smart Manufacturing Industriële Toepassing Zuid-Holland). Volgens Lucas Janssen, COO van CEAD, kwam de kennis van Anton over de aantrekkelijkheid van de Zuid-Hollandse regio voor composietenproductie goed van pas. Ook de intentie van InnovationQuarter om haar netwerk in te zetten om internationale bedrijven naar CEAD te krijgen, heeft bijgedragen aan de kracht van de subsidieaanvraag.

“Het aanvragen van zo’n subsidie is een ingewikkeld en tijdrovend proces. Gelukkig is er in Nederland heel veel kennis en steun te vinden bij organisaties als InnovationQuarter en de RVO.” – Lucas Janssen, COO CEAD

Concurrentievoordeel Europa doorslaggevend

De doorslaggevende argumenten om CEAD zo’n mooi bedrag toe te kennen, lagen vooral in de impact die het ontwikkelen en produceren van de nieuwe 3D-printertechnologie heeft op de positie van Europa op composieten. De productie voor de maritieme sector is de laatste jaren veelal van Europa naar Azië verplaatst. De 3D-printertechnologie van CEAD maakt het mogelijk om gelijkwaardige producten van composiet tegen eenzelfde of lager bedrag te produceren als in Azië. Assemblage van boten en schepen vindt veelal nog in plaats in Europa, door lokaal te produceren, wordt er bespaard op de transportkosten. Hierdoor worden de totale kosten aanzienlijk lager; zeker voor reserveonderdelen is dat interessant. Daarnaast biedt de technologie nog enkele andere voordelen in vergelijking met de huidige productiemethode. Zo zijn complexe vormen beter te produceren en kunnen verschillende functies beter geïntegreerd worden. Tot slot ontstaat er door de kortere productietijd ook nog het voordeel dat levertijden en ontwikkeltrajecten aanzienlijk kunnen worden ingekort.

Samenwerking met fieldlab SAM|XL                 

Met de subsidie van de Europese Commissie wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling  van een experience centre met een 3D-printer met CFAM technologie. In dit experience centre kunnen demonstraties worden gegeven; kunnen enkelstuks en teststukken geproduceerd worden; en kan de technologie verder ontwikkeld worden. Hierbij zal CEAD aansluiten bij het Fieldlab SAM|XL (Smart Advanced Manufacturing XL) waar al gewerkt wordt aan het geautomatiseerd lassen en inspecteren van constructies gemaakt van thermoplastische composieten. Dit wordt ondersteund door de kennis en 30-jaar ervaring van de TU Delft met deze materialen. SAM|XL is het onderzoekcentrum op de TU Delft Campus waarbij bedrijven en onderzoeksinstellingen samenwerken op het automatiseren van de productie van lichtgewicht constructies. Techniek wordt ontwikkeld, gedemonstreerd en opschaalrisico’s worden beperkt voor luchtvaart, windturbines, ruimtevaart en maritieme toepassingen. Hierbij gaat het veelal om grote dunwandige constructies. SAM|XL opent begin 2019 haar deuren en de 3D-printer van CEAD zal naar verwachting september 2019 te zien zijn.

SAM|XL is één van de acht fieldlabs die in SMITZH samenwerken om de toepassing en ontwikkeling van slimme maaktechnologie te stimuleren. De samenwerking tussen het CFAM experience centre en SMITZH versterkt beide: SMITZH helpt om het experience centre in binnen- en buitenland zichtbaar te maken; en het aanbod binnen SMITZH wordt versterkt en verbreed, doordat naast metaalprinten-XL in het RAMLab (Rotterdam) nu ook vezelversterkt kunststofprinten-XL te zien zal zijn.

 

Op 8 november 2018 is de officiële lancering van de eerste 3D-printer met CFAM technologie in Delft. Als je hierbij wilt zijn, kun je contact opnemen met Lucas Janssen van CEAD. Ook voor overige vragen of verkenningen van de mogelijkheden kun je contact opnemen met Lucas. Wil je meer informatie over SAM|XL, schakel dan direct met Kjelt van Rijswijk. Voor alle overige vragen rondom SMITZH en eerste hulp bij subsidieaanvragen, neem contact op met Anton Duisterwinkel.

Kick-off Rabo Robo Challenge in RoboHouse

Tussen alle verbouwingen door vond op vrijdag 7 september de kick-off plaats van de Rabo Robo Challenge in het nieuwe pand van RoboHouse in RoboValley. 30 deelnemers van 18 vooruitlopende bedrijven uit de maakindustrie leerden hoe ze gebruik kunnen maken van cognitieve robotica-oplossingen via workshops en presentaties.

De Rabo Robo Challenge, een initiatief van Rabobank en RoboValley, is gestart om bedrijven te helpen bij het ontdekken van de kansen die intelligente automatisering kan bieden voor hun organisatie.

Tijdens de kick-off kregen de deelnemers een korte introductie in de robotica en diverse presentaties van onder andere de Rabobank, Fizyr, Accenture en Shell. Vervolgens gingen de deelnemers zelf aan de slag in verschillende workshops. Van het programmeren van een zelfrijdende robot tot het leren hoe een goede dataset essentieel is voor een ‘machine vision applicatie’. Daarnaast werden bestaande processen uit de eigen organisatie geanalyseerd om te kijken hoe deze geautomatiseerd kunnen worden door het gebruik van het RoboHouse Canvas, een methode speciaal ontwikkeld om dit inzichtelijk te maken. Na de kick-off gaan de deelnemers van de Rabo Robo Challenge verder met het onderzoeken en ontwikkelen van mogelijke nieuwe robotica-toepassingen voor hun eigen organisatie.

Wil je zelf ontdekken wat robotica voor jouw organisatie kan betekenen of leren hoe je zelf robotica kunt ontwikkelen? Neem dan contact op met het RoboHouse team of kijk op www.robohouse.nl.

Hoogwaardig bezoek bij HighTechCentreDelft & Betafactory

Samenwerkingen tussen technische onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven leveren unieke resultaten op. Door mbo-, hbo- en universitaire studenten van onder andere ROC Mondriaan, De Haagse Hogeschool en de TU Delft met ervaren docenten te laten werken aan echte opdrachten van en met bedrijven, wordt het mogelijk om indrukwekkende innovatieve oplossingen te ontwikkelen. Dit bleek eens te meer tijdens het werkbezoek van minister-president Rutte en staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken & Klimaat aan de Delftse techniekbroedplaatsen HighTechCentreDelft (HTCDelft), Betafactory en Accenda, op woensdag 5 september 2018.

Tijdens een rondleiding door de naast elkaar gelegen bedrijven, kregen minister-president Rutte en staatssecretaris Keijzer voorbeelden te zien van innovaties die tot stand zijn gekomen door onderwijs en onderzoek te koppelen aan vragen van bedrijven. Kennisuitwisseling tussen deze disciplines speelt hierbij een cruciale rol. In de technische ruimte van HTCDelft werd stilgestaan bij enkele van de succesvolle projecten zoals de robot die wasgoed sorteert van Koning & Hartman, de automatische worstensnijder van Zandvliet Vleeswaren en de interface van VPInstruments.

Studenten gaven uitleg over de 3D printers die onderdelen aan het printen waren. In de Betafactory toonden studenten van De Haagse Hogeschool vol trots de elektrische racewagen en het toekomstige autonome stadsvoertuig. Ook werd er stilgestaan bij het prototype van startup KanoePack. Afsluitend bezochten de bewindslieden Accenda. Daar maakten zij kennis met de heren Seiffers en hun passie om mobiliteit binnen de energietransitie een plek te geven met hun elektrische- en waterstofauto als 100% schone generator. “Natuurlijk met studenten, docenten en onderzoekers” vertellen zij.

“Fantastisch om te zien hoe jullie de samenwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs voor elkaar hebben gekregen”, aldus de heer Rutte.

Marcel van Wijk, directeur HTCDelft: ”Het bezoek was een ongelofelijk mooie kans om te laten zien hoe samenwerking vanuit verschillende disciplines en verschillende niveaus de wereld om ons heen echt kan veranderen. Onze studenten werken aan zulke mooie en impactvolle projecten, ik ben ontzettend trots dat we dit ook met de minister-president Rutte en staatssecretaris Keijzer hebben mogen delen.”

Het werkbezoek stond mede in het teken van de start van ‘MKB!dee’, een nieuwe regeling voor het MKB om investeringen in technische scholing en ontwikkeling van hun werknemers te stimuleren.

Get Smart: studenten helpen maakbedrijven met innovatie-realisatie

Om ondernemers in de regio Rotterdam/Den Haag te helpen om meer, sneller en beter gebruik te maken van de kansen die Smart Industry biedt, heeft de Hogeschool Rotterdam samen met Hogeschool InHolland, FME en InnovationQuarter, het project Get Smart opgezet. In Get Smart wordt met een groep van zes regionale bedrijven uit de maakindustrie gedurende twee jaar gewerkt aan het vergroten van hun innovatievermogen. Lees hier over de achtergrond van Get Smart en bepaal of dit ook voor jou interessant is om aan deel te nemen.

Aanleiding: kloof tussen innovatie-ambitie en innovatie-realisatie

In 2016 deed de Hogeschool Rotterdam onderzoek naar het vermogen van het regionale bedrijfsleven om de kansen die Smart Industry biedt te vertalen naar concrete innovaties. Een doorsnede van maakbedrijven (zowel grootbedrijf als MKB) werd onder de loep genomen. Conclusie: de ondervraagde bedrijven zijn gezond, maar zetten Smart Industry onvoldoende in om de strategische positie te versterken. (Smart Industry: het middel om de strategische positie te versterken, Hogeschool Rotterdam). Hoewel de meeste bedrijven zich bewust zijn van de kansen die Smart Industry hen kan bieden, weet het overgrote deel van de ondernemers niet waar en hoe te beginnen of hoe zij een volgende stap kunnen zetten naar (radicale) innovatie (Aan de slag met Smart Industry, FME whitepaper Smart Industry).

Er is een stevige kloof tussen innovatie-ambitie en innovatie-realisatie.  De belangrijkste belemmeringen zijn een tekort aan kennis op de nieuwe gebieden, te weinig tijd en geld (prioriteit),  (gepercipieerde) complexiteit en een gebrek aan samenwerkingspartners. Het rapport van de Hogeschool Rotterdam geeft een aantal aanbevelingen om het tij te keren. Belangrijkste algemene conclusie is dat ondernemers en managers uit de eigen ‘comfortzone’ moeten treden en beseffen dat Smart Industry de toekomst is. Alleen dan kunnen de benodigde radicale innovaties in het kader van Smart Industry (nieuwe businessmodellen, processen en producten) plaatsvinden en kan de strategische positie daadwerkelijk worden versterkt.

 

Get Smart helpt MKB bij versterking innovatievermogen

Hoewel Smart Industry dus veel mogelijkheden biedt tot radicale vernieuwing van producten, processen en business modellen, blijkt dit voor veel ondernemers nu nog een brug te ver. Vanwege een structureel tekort aan tijd, kennis en vaardigheden worden innovatiekansen niet systematisch en grondig onderzocht en blijven relevante innovatievragen onbeantwoord liggen.

Bij hogescholen is echter veel toepasbare kennis over innoverend ondernemen beschikbaar die het MKB kan helpen om het vermogen om te innoveren te verbeteren. Uit interviews met ondernemers blijkt dat zij graag gebruik willen maken van de kennis en capaciteit bij hogescholen om concrete strategische innovatievraagstukken aan te pakken, hun bestaande innovatieactiviteiten in het kader van Smart Industry te verbeteren, ideeën te concretiseren en deze te vertalen in vermarktbare proposities. Get Smart speelt hier op in.

 

Focus op het ‘dynamisch innovatievermogen’

In Get Smart wordt gebruik gemaakt van het innovatiemodel van de Amerikaanse hoogleraar O’Connor. Het model van O’Connor gaat uit van de gedachte dat de interne en externe wereld van een onderneming constant in beweging is en stelt dat om te innoveren de onderneming met deze verandering moet meebewegen. Dit dynamische innovatievermogen wordt opgebouwd door gericht te werken aan drie cruciale bouwstenen: Discovery, iNcubatie en Acceleratie (Innovatie DNA).

Discovery (ontdekken) is het creëren, herkennen en uitwerken van kansen. Incubation (incubatie) focust op de experimentele ontwikkeling. Acceleration (versnelling) betreft de gerichte investering om schaal en groei te bevorderen. O’Connor stelt dat radicale innovatie weinig, onregelmatig en onvoorspelbaar voorkomt in ondernemingen. Een focus op het dynamisch innovatievermogen moet de onderneming helpen om herhaaldelijk radicale innovaties te ontdekken, ontwikkelen en in de markt te zetten en is daarmee het fundament voor continue vernieuwing en groei (zie onderstaande figuur).

 

Gedetacheerde studententeams vormen “innovatie-hubs”

Onderzoek van O’Connor heeft aangetoond dat het proces van ontdekken, ontwikkelen en organiseren van radicale innovaties een andere dynamiek heeft dan de dagelijkse operationele activiteiten. Het is daarom verstandig om activiteiten gericht op (het vermogen om te komen tot) radicale innovaties organisatorisch op enige afstand te plaatsen. O’Connor noemt dit “innovation hubs”.

In Get Smart wordt invulling gegeven aan dergelijke hubs door teams van studenten te detacheren bij de deelnemende MKB bedrijven. Elk halfjaar (semester) start een team van hogeschoolstudenten met een gestructureerd proces dat erop gericht is om de bedrijven meer inzicht te geven in hun “innovatie DNA” (diagnose) en samen met het bedrijf te  komen tot een plan van aanpak om dit DNA naar een hoger plan te tillen (planvorming). In de uitvoeringsfase helpen de studenten om de plannen in praktijk te brengen. Zij dragen daarmee bij aan het in gang zetten van concrete innovatieprojecten. Met een evaluatie van de verrichte activiteiten zorgen de studenten voor een borging van het verbeterde innovatievermogen zodat het volgende studententeam hierop kan voortbouwen (zie onderstaande figuur).

 

Resultaten gedeeld in innovatie-community

Na 2 jaar zijn bij de 6 deelnemende bedrijven in totaal 24 verbetercycli uitgevoerd. De bedrijven die op dit moment participeren in het onderzoek zijn: A.de Jong Groep, Schiedam; Airborne Composieten, Den Haag; Houdijk Holland, Vlaardingen; Industrial Ceramic Linings, Rotterdam; Vlaardingen en Wesemann, Rotterdam. Gedurende de looptijd van het project doet de Hogeschool Rotterdam praktijkgericht onderzoek naar de effectiviteit van de inzet van verschillende methoden en technieken die worden gebruikt om het dynamische innovatievermogen van de deelnemende bedrijven te verbeteren. De inzichten die uit dit onderzoek voortvloeien, worden met het bedrijfsleven gedeeld in een nog op te richten innovatie-community. Kun je niet wachten en wil je voor die tijd al meer informatie over Get Smart en de mogelijkheden om te werken aan de verbetering van het (dynamisch) innovatievermogen? Ga dan naar de project-website van de Hogeschool Rotterdam.

 

 

Dare2Cross Smart Production cases bekend

Op 13 november vindt in Dordrecht de afsluitende verbindingsbijeenkomst plaats van Dare2Cross Smart Production | Workforce of the future. Dare2Cross is een uniek cross-sectoraal innovatieprogramma. Experts uit verschillende disciplines en sectoren komen samen om slimme oplossingen te verzinnen voor nieuwe uitdagingen. Afgelopen maanden hebben op het thema Smart Production diverse bedrijven gewerkt aan het scherp formuleren van hun uitdagingen in de vorm van cases. Tijdens het event op 13 november zal er vanuit verschillende sectoren actief naar oplossingen gezocht worden voor deze cases.

Dare2Cross

De oorsprong van Dare2Cross ligt in 2014: de gemeente Papendrecht organiseerde toen het congres Aerospace meets Maritime. In de opvolgende edities is InnovationQuarter betrokken bij de organisatie en is een werkwijze ontwikkeld om te komen tot cross-sectorale samenwerking. Die aanpak heeft InnovationQuarter doorontwikkeld, en de afgelopen jaren vonden diverse Dare2Cross-trajecten plaats. Zo zocht het Albert Schweitzer Ziekenhuis manieren om data te gebruiken om opnames op de intensive care van ziekenhuispatiënten te voorkomen, en werkt IRM-SPD aan het inzetten van data om de staat van pijpleidingen (voor bijvoorbeeld het transport van olie) te kunnen monitoren.

Het bouwen van cross-sectorale samenwerkingen is een intensief proces. Dare2Cross werkt stapsgewijs toe naar deze samenwerkingen door op een aantal momenten geselecteerde partijen bij elkaar te brengen om samen concrete cases te ontwikkelen en de juiste personen en bedrijven te verbinden.

“Met Dare2Cross verbinden we mensen met partijen waar ze zelf niet vanzelfsprekend mee in contact komen. Op deze manier doorbreken we vaste patronen in een bepaalde industrie of sector en ontstaat er ruimte voor nieuwe oplossingen. Dat is het startpunt voor cases waarvoor (cross-sectorale) samenwerking nodig is.” – Marieke Kodde, senior business developer bij InnovationQuarter

 

Smart Production

Door de opkomst van Smart Production veranderen productieprocessen razendsnel. Onder meer robotisering, Artificial Intellligence, Big Data, Virtual Reality en Augmented Reality zorgen ervoor dat we processen slimmer moeten inrichten, en dat (toekomstige) medewerkers andere vaardigheden nodig hebben. Op 27 juni werd vanuit Dare2Cross Smart Production | Workforce of the future een eerste bijeenkomst georganiseerd in de Duurzaamheidsfabriek om te verkennen welke vragen er leven op het gebied van Smart Production en het vinden van nieuwe talenten. Een aantal van die vragen is de afgelopen maanden verder uitgediept en doorontwikkeld tot cases die tijdens Dare2Cross op 13 november met een cross-sectorale groep behandeld worden. Vraagstukken die aan bod komen zijn: Guided manufacturing, Automatisering en Nieuwe skills voor medewerkers. Vanuit SMITZH bevelen we van harte aan om deze inspirerende dag te bezoeken. Deelname zorgt voor innovatieve en inspirerende antwoorden op praktische vragen en zorgt voor nieuwe (cross-sectorale) samenwerkingen met bedrijven en organisaties die je anders niet had leren kennen. Bovendien groeit je netwerk door Dare2Cross en werk je aan de zichtbaarheid van je eigen organisatie. Voor vragen en deelname kan contact opgenomen worden met Marieke Kodde, Senior Business Developer Life Sciences & Health / Horticulture.